1. soorten stages
De laatste jaren is het beroepsonderwijs sterk veranderd. Daarom geven wij kort wat informatie die voor u van toepassing kan zijn. Wij zullen niet het beroepsonderwijs uitgebreid gaan bespreken, maar ons richten op de stages, afstudeerprojecten en leerwerkplaatsen.
Er wordt in het beroepsonderwijs gestreefd naar een doorlopende leerweg tussen vmbo en mbo en mbo en hbo. Belangrijk is vooraf te weten dat jongeren die het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) afronden nog geen beroepskwalificatie hebben, daarvoor moeten zij nog een opleiding op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) volgen.
Direct naar:
1.1 Stages naar schoolniveau
Elk type beroepsonderwijs kent de stage. Stages op het niveau van VMBO en MBO zijn grotendeels gericht op het leren kennen van de beroepspraktijk en het meewerken binnen een bedrijf of instelling. Stageopdrachten voor studenten van HBO en universiteit zijn meestal gericht op onderzoek of het ontwikkelen van producten. Een onderzoek of een ontwikkeling kan ook binnen een afstudeeropdracht geschieden.
1.2 VMBO
In verband met een betere oriëntatie en/of voorbereiding op de arbeidsmarkt of het gekozen beroep is in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (VMBO) de stage een onderdeel van het lesprogramma. Vaak zijn het derde of vierdejaars studenten die een stageplek zoeken. Op sommige scholen wordt in het tweede jaar een ‘snuffelstage’ georganiseerd. Studenten kijken en helpen dan gedurende twintig uur in één week op een bedrijf of in een instelling naar keuze.
In leerjaar drie of vier gaan de studenten gedurende een aantal weken één dag per week naar een bedrijf of instelling. Deze stageplaats mogen zij zelf kiezen. De bedoeling is dat ze binnen dit bedrijf meer meewerken en eenvoudige handelingen gaan verrichten.
De beoordeling geschiedt door een stagebegeleider(ster) van het bedrijf en door de vakdocent van de school.
1.3 Leerwerktrajecten
Sinds 2001 is het voor vmbo-scholen mogelijk om leerwerktrajecten aan te bieden. Dit is een leerroute binnen de basisberoepsgerichte leerweg. De leerwerktrajecten hebben een hoog praktijkgehalte, minimaal tien procent en maximaal veertig procent van het onderwijsprogramma moet in een leerbedrijf worden uitgevoerd.
Leerwerktrajecten zijn bedoeld voor studenten die door deze vorm binnen het reguliere onderwijs beter in staat zijn het diploma basisberoepsgerichte leerweg te behalen. Ze worden op deze manier praktisch voorbereid op een loopbaan.
Bedrijven die leerwerktrajecten willen aanbieden dienen in eerste instantie erkend te worden als leerbedrijf door de zogenaamde kenniscentra (voorheen landelijke organen). Bedrijven dienen aan een aantal voorwaarden te voldoen. Doel hiervan is de praktijk op een goede kwalitatieve wijze plaats te laten vinden.
Voor uw bedrijf bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van de regeling Afdrachtvermindering onderwijs voor het vmbo. Maximaal kunnen leerbedrijven € 2.400,00 per kalenderjaar aftrekken van de belastingen.
terug naar boven
1.4 MBO
Alle opleidingen op mbo-niveau kunnen in principe via twee leerwegen worden gevolgd:
Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL).
Bij deze leerweg werkt de student minimaal zestig procent per week in een bedrijf of instelling. De praktijk wordt aangevuld met één dag theorieonderwijs op school. De werkgever neemt dus het grootste deel van de opleiding voor zijn rekening. Voor de BBL is een arbeidsovereenkomst met een erkend leerbedrijf noodzakelijk. De werkgever betaalt voor de werkzaamheden een normaal salaris volgens de cao van de branche, waarin het bedrijf werkzaam is. De BBL is te vergelijken met het oude leerlingwezen.
Beroepsopleidende Leerweg (BOL).
Via deze leerweg wordt op school de theorie behandeld. De beroepspraktijkvorming wordt geleerd via een stage bij een als leerbedrijf erkend bedrijf of instelling. De omvang van de beroepspraktijkvorming moet liggen tussen de twintig en zestig procent. De school bepaalt het percentage beroepspraktijkvorming. Deze leerweg is te vergelijken met het oude mbo.
1.5 Kwalificatiestructuur
Het MBO werkt met een kwalificatiestructuur van vier niveaus. De kwalificatiestructuur formuleert ‘wat’ het onderwijs moet realiseren. Voor elke opleiding zijn eindtermen geformuleerd. In deze eindtermen wordt aangegeven wat men van afgestudeerden, op elk van kwalificatieniveaus in de praktijk, wordt verwacht.
Kwalificatieniveau 1: assistentenopleiding
De assistentenopleiding leidt op tot een beroep met eenvoudig uitvoerende werkzaamheden onder begeleiding. De opleidingsduur ligt tussen zes maanden en één jaar.
Kwalificatieniveau 2: basisberoepsopleiding
De opleiding basisberoepsbeoefenaar leidt op tot een beroep met uitvoerende werkzaamheden. De opleidingsduur ligt tussen de twee en drie jaar.
Kwalificatieniveau 3: vakopleiding
Deze opleiding leidt op tot een beroep, waarin de werkzaamheden volledig zelfstandig worden uitgevoerd. De afgestudeerde houdt zich niet alleen bezig met de uitvoering van het eigen takenpakket. Hij/zij moet zich kunnen verantwoorden tegenover collega’s en controleert en begeleidt het toepassen van standaardprocedures door anderen. Ook het bedenken van procedures als het gaat om werkvoorbereiding en beheer zal tot zijn of haar vaardigheden behoren. De opleidingsduur ligt tussen de twee en vier jaar.
Kwalificatieniveau 4: middenkader- en specialistenopleiding
De middenkaderopleiding leidt op tot een beroep waarin de werkzaamheden volledig zelfstandig worden uitgevoerd en vereist beroepsonafhankelijke vaardigheden, zoals tactisch en strategisch handelen. De middenkaderfunctionaris krijgt formele organisatorische verantwoordelijkheid te dragen in de werkpraktijk. De opleidingsduur ligt tussen drie en vier jaar.
De specialistenopleiding leidt op tot een beroep, waarin de werkzaamheden of specialisatie volledig zelfstandig worden uitgevoerd. Ook van de specialist worden beroepsonafhankelijke vaardigheden vereist, zoals bij de middenkaderopleiding. De opleidingsduur ligt tussen een en twee jaar.
1.6 Erkend leerbedrijf
Wanneer uw bedrijf een leerling van het MBO een beroepspraktijkplaats wil aanbieden, dan moet uw bedrijf worden erkend als leerbedrijf. Om erkend te worden dient uw bedrijf te voldoen aan een aantal criteria. Deze eisen komen in grote lijnen neer op:
- het aan kunnen leren van de benodigde vaardigheden
- het deskundig kunnen opleiden
- het hebben van aandacht en tijd voor de leerling
Het kunnen opleiden betekent dat in uw bedrijf één of meerdere erkende praktijkopleider(s) aanwezig zijn. De toetsing (accreditering) wordt verricht door een van de kenniscentra, de vroegere landelijke organen.
De leerbedrijven hebben een grote verantwoordelijkheid. Hun praktijkopleiders (leermeesters) geven vakkennis door aan jongeren die straks het fundament van de bedrijfstak vormen. Deze toekomstige collega’s mogen dus rekenen op begeleiders die een gedegen praktijkopleiding kunnen verzorgen. De erkenningcriteria zijn daarom van groot belang voor het hoog houden van de kwaliteit van de beroepspraktijkvorming.
Voor meer informatie hierover kunt u terecht bij de ROC’s.
1.7 HBO
Stages in het hoger beroepsonderwijs zijn heel verschillend. Elke school bepaalt zelf per studierichting hoe het studieprogramma eruit ziet. Ook het aantal, in welke jaren de stages dienen plaats te vinden en hoe lang de stages zijn, wordt bepaald door de opleidingen zelf. Het is moeilijk om in zijn algemeenheid dus iets te zeggen over stages in het hbo. Inhoudelijk mag u echter wel wat verwachten van HBO-stagiaires, vooral van stagiaires uit het derde jaar. U kunt een student bijvoorbeeld de volgende opdrachten geven:
- een product ontwikkelen, bouwen en testen;
- marketingachtige opdrachten;
- informatieanalyse;
- onderzoeken verpakkingsmethode en het ontwerpen van alternatieve verpakkingsmethoden;
- kwaliteitsopdrachten, zoals het onderzoeken en opzetten van een kwaliteitssysteem;
- doorlichten van de debiteurenadministratie enzovoort.
De afstudeeropdracht vindt plaats in het vierde leerjaar. Meestal gaat het om het definiëren van een probleem, het systematisch analyseren van het probleem en vervolgens aandragen van oplossingen.
Via Stagebank Amsterdam kunt u in contact komen met HBO-studenten uit de regio Amsterdam. Via hen komt u dan in contact met de opleiding.
1.8 Universiteit
Evenals bij het HBO is er ten aanzien van stages en afstudeeropdrachten in het universitair onderwijs geen duidelijke lijn, die voor alle universiteiten en studies geldt. Elke studierichting heeft zijn eigen richtlijnen. Stages en afstudeeropdrachten zijn op de universiteit vaak aan elkaar gekoppeld. De opdracht is meestal het verrichten van onderzoek. Dat kan op allerlei terreinen zijn. Ook het ontwikkelen van nieuwe producten is een mogelijkheid.
Voor meer informatie kunt het beste contact opnemen met de studierichting waarvan u een stagiaire en/of afstudeerder wil hebben.
<< vorige | index | naar boven | volgende >>





